Na Nederland, Indonesië, Suriname, Aruba, Bonaire en Curaçao was ik een heel eind op weg om het hele (voormalige) Koninkrijk der Nederlanden te bezoeken. Niet dat ik zo patriottisch ben ingesteld, het was eigenlijk vooral toevallig, maar Sint Maarten en haar buureilanden stonden ook al lang op mijn bucketlist.

Afwisselend Sint Maarten

Niet alleen omdat het Nederlands grondgebied is (geweest), maar ook omdat mijn ouders er een aantal jaren hebben gewoond, toen ze net iets jonger waren dan wij nu. Het leek me heel bijzonder om het eiland te zien waar zij net zo’n geweldige tijd hebben doorgebracht als wij nu. En aangezien het vanaf hier (Curaçao) slechts een klein uurtje vliegen is, kon een bezoek niet uitblijven. Zo vertrokken we op kerstavond 2015 richting Sint Maarten.

Nederlandse kant

Sint Maarten is, doordat er zoveel kleine eilandjes in de buurt liggen, een belangrijke hub geworden en de vliegtuigen vliegen dan ook af en aan. Dat betekent dat je meer dan voldoende kansen hebt om dé beroemde foto te maken bij Maho Beach. Het leukst is dat natuurlijk als er een grote Boeing van de KLM overvliegt, maar probeer dan maar eens leuk te blijven lachen (en rechtop te blijven staan…). Ook als de vliegtuigen vertrekken is het effect spectaculair, de zee trekt volledig terug en je wordt gratis gezandstraald. Kortom: met Maho Beach heb je direct een locatie voor je eerste stranddag op Sint Maarten te pakken!

Wij hebben op Sint Maarten een auto gehuurd. Dat is, als je meer van het eiland wil zien dan enkel je hotel of Philipsburg, wel aan te raden. Het eiland is niet groot, maar helaas is niet alles op loopafstand. Het openbaar vervoer is op zich ook te doen (tussen Philipsburg en het vliegveld bijvoorbeeld) en je kunt bijvoorbeeld lopen van het vliegveld naar Maho Beach, en daarmee ook naar alle restaurantjes daar rechts van. Wandelen naar Simpson Bay kan vanuit daar ook, maar dat is wel weer wat verder.

Philipsburg is vooral gericht op cruise toerisme. Er liggen standaard een aantal enorme schepen voor de kust, vol met (Zuid-) Amerikaanse toeristen. Wij hebben het stadje al snel gelaten voor wat het was, maar je kunt hier in principe prima op het strand vertoeven of de vele winkeltjes afstruinen.

beach

Sint Maarten

Franse kant

Waar het Nederlandse gedeelte van Sint Maarten een beetje Jamaicaans aandoet, is het Franse gedeelte van het eiland écht Frans. Overal in de hoofdstad Marigot vind je Franse bakkerijen en de Franse vlag wappert trots aan elke paal. Ook vind je aan deze kant van het eiland prachtige havens, de mooiste witte stranden en heerlijke restaurants. Met als absolute hoogtepunt de Loterie Farm; een zwembad midden in de “jungle”. Voeg daar lounge muziek aan toe, mooie mannen in de bediening en het plaatje is compleet. Helemaal als je in de ochtend eerst een bezoekje brengt aan Pic Paradis, het hoogste punt van Sint Maarten. Een berg kun je het niet echt noemen, maar een klim is het wel. Je kunt op de Loterie farm ook allerlei activiteiten doen, zoals hiken en tokkelen, maar wij hebben het gehouden bij een cocktail aan de kant van het zwembad. Heel vervelend!

Wat ik persoonlijk niet de moeite waard vond was een bezoek aan Ilet Pinel. Van mijn ouders had ik begrepen dat dit een prachtig onaangetast eilandje was waar mensen in het weekend met hun barbecue naar toe gingen, maar helaas is het eiland volledig overgenomen door het cruise toerisme. Wij zijn er vroeg naar toe gekanood (dat is overigens wel leuk!), maar er was al geen strandstoel meer beschikbaar. En dat terwijl het hele strand vol staat met stoeltjes.

Ons favoriete strand was Cupecoy beach, in het westen van Sint Maarten. Als je de baaien van Curaçao gewend bent, is de wilde zee op Sint Maarten een fijne afwisseling. Tel daar zacht wit zand bij op waar je tot je knieën in weg zakt en ik ben tevreden!

Loterie Farm

Marigot