De ruïnes van Choquequirao vormen een verborgen stad uit de tijd van de Inca’s, gelegen in de Andes, en het is mogelijk om in vier dagen de heen- en terugtocht af te leggen. Maar dertig procent van de stad is door archeologen opgegraven en men zegt dat het nog veel groter is dan het beroemde Machu Picchu. Nooit was het ontdekt door de Spaanse conquistadores en dat blijkt uit de lange, zware maar oogverblindend mooie route ernaartoe. Lees in deze reportage hoe de wandeling te doen is zonder gids.

Inca-stad Choquequirao, hoe je er kan komen

Rijdend in de lokale minibus naar Cachora, het beginpunt van de wandeling, is het al snel duidelijk. Deze wandeling is allesbehalve normaal onder de toeristen. Het is vanaf Cusco drie uur reizen richting Albantay, en je komt er echt alleen met behulp van de lokale bevolking.

trekking Andes

Capuliyoc

In Cachora zijn meerdere hostelletjes of kamers bij mensen thuis waar je kan overnachten. De volgende ochtend is het een vroege start. Vanaf vijf uur zijn er taxi’s naar het beginpunt Capuliyoc, een stuk wat ook wandelend kan worden afgelegd. Bij Capuliyoc op 2941 meter hoogte is het prachtig. Ezels grazen op uitstekende rotsblokken, de wolken verdampen langzaam uit de kloof waar de lichtblauwe Apurímac rivier door kolkt en er vliegen indrukwekkende roofvogels vlak over je hoofd. Bij het kantoortje moet je je registreren. 70 sol is de entree voor de trek en de ruïnestad, 30 sol bij het vertonen van een studentenkaart.

Het is aan te raden om een wandelstok mee te nemen. Ook is een kleine rugzak met enkel het hoogstnodige een tip: water (eventueel water-purificatie druppels), wat eten, zonnebrand, hoed, muggenspray en indien gewenst kampeerspullen. Bij Choquequirao geldt absoluut: hoe meer kilo’s, hoe zwaarder de route.

Peru campsite

Trek naar Choquequirao

Het lijkt bijna een savanne waar het pad door loopt. Gelig riet glooit aan beide kanten en de zon klimt langzaam omhoog. Heel af en toe kom je tegenliggers tegen. Bezweet, knalrood en hijgend kunnen ze dan net “Het is alle moeite waard” uitbrengen. Dat werkt natuurlijk niet heel motiverend, maar toch is het zo. De trek naar Choquequirao is verraderlijk: je daalt eerst anderhalve kilometer af naar de rivier, steekt een brug over en moet dan weer anderhalve kilometer stijgen. De stad Choquequirao ligt dan bovenop de berg op 3050m en als je weet waar je moet kijken kan je de ruïnes eigenlijk al vanaf het beginpunt van de trek zien.

Chikiska naar Playa Rosalinde

Drie uur duurt het om de zeven kilometer tot de eerste stop halverwege de afdaling af te leggen. In Chikiska (1863m) zijn waterflessen, koude frisdrank en zelfs ijsjes te koop. Ook kan je hier ontbijten, lunchen of avondeten voor 10 sol. Het huisje aan de linkerkant is net iets goedkoper dan die aan de rechterkant, en het eten bevat kleurrijke groenten uit het tuintje van de mevrouw, iets wat in Peru best zeldzaam voorkomt.

Vanaf Chikiska is het nog een uur afdalen (4km) tot Playa Rosalinde op 1461m, waar de brug over de rivier is. Sommigen kiezen ervoor om hier te overnachten. De temperatuur is erg aangenaam en het is mogelijk om te zwemmen in de rivier. Helaas zijn er op deze trek veel muggen, en bij de rivier al helemaal.

Choquequirao rivier

Steile klim naar Santa Rosa

Ook kan je ervoor kiezen om door te pakken en aan de steile klim aan de overkant van de Apurímac rivier te beginnen. De hitte en de zon zijn hier wel factoren die je mee moet nemen; van 12:00 tot 15:00 wil je eigenlijk niet aan het klimmen zijn. Het is echt bloedheet en er is een gebrek aan schaduw in het woestijnachtige landschap tot aan Santa Rosa, de volgende stop. Het duurt zo’n twee uur vanaf de rivier om Santa Rosa te bereiken, waar een ijskoude cola en lunch het leven weer een beetje verdraaglijk maken.

In deze vruchtrijke oase woont een interessant echtpaar die hun geld verdient met de 15 toeristen per dag die langskomen. Op de route is het mogelijk om op meerdere van dit soort plekjes te eten of te overnachten; vaak hebben de mensen kleine kamertjes te huur (20-30 sol) of een plaats waar je je tent op kan zetten (5 sol). Je kan de trek zo goedkoop of luxe maken als je het zelf wil. Ook is er de optie om een stuk te doen op de rug van een ezel, deze kan je aan het begin van de wandeling inhuren.

Inca stad

Toeristenindustrie

Vanaf Santa Rosa is het een klim van tweeënhalf uur tot bovenaan de berg waar het dorpje Marampata ligt. De zon gaat meestal rond 6 uur onder, wegens de ligging vlak bij de evenaar verschilt dit niet heel erg per jaargetijde. Het stenige pad zigzagt tussen de cactussen en woestijnachtige vegetatie, maar hoe hoger je klimt, hoe groener het wordt. Het dorpje Marampata ligt op 2913m hoogte en is in de jungle. Het is van belang dat je niet in het donker wandelt: er zijn giftige slangetjes die op het pad liggen en de afgronden aan de zijkanten zijn erg gevaarlijk.

Om dit hele stuk af te leggen in een dag is over het algemeen niet hoe het door toeristen gedaan wordt: de meesten overnachten of in Chikiska, Playa Rosalina of in Santa Rosa. De locals daarentegen lijken zonder moeite de berg meerdere keren per dag op te rennen. In Marampata is het mogelijk om een warme maaltijd te krijgen en mocht je het echt willen is er ook WiFi in de meeste hostelletjes. Er wonen zo’n honderd mensen die langzaam de transitie maken naar het toerisme. De hoofdinkomst is absoluut nog landbouw, want net als de Inca’s hebben ze steengoed door dat je op de verschillende hoogten hele andere gewassen kunt verbouwen.

Inca tempel

Ruïnes van Choquequirao

Vanaf Marampata is het nog twee uur naar de ruïnes. ’s Ochtends vroeg is er nog bijna niemand en Choquequirao ligt er prachtig bij. Volgens de geschiedenis is de stad halverwege de 16e eeuw verlaten en pas vanaf 1992 zijn de opgravingen begonnen. Momenteel wordt er geruzied over welke regio de stad toebehoort, en hierdoor is het allemaal nog weinig in gang gezet. Er zijn geruchten dat de regering plannen heeft om een kabelbaan naar Choquequirao te maken waardoor 3000 toeristen per dag de ruïnes kunnen bezoeken, vandaar dat de kans om nu te gaan zeker gegrepen moet worden.

Andes Stad

De ruïnes bestaan uit een groot plein, huisjes, tempels, terrassen en een indrukwekkend rond platform helemaal bovenop de berg. Ook is het lamapunt het bezoeken waard: grote lama’s van wit steen zijn in de terrasmuren gebouwd. Men zegt dat het was om eventuele indringers af te schrikken, en dat is bij het aanschouwen direct duidelijk. Het is zo groot, zo indrukwekkend en op zo’n onmogelijke plek gebouwd dat je je afvraagt hoe die Inca’s dat ooit hebben kunnen verwezenlijken.

Vanaf ieder punt zie je de rivier anderhalve kilometer lager door het ravijn stromen en het uitzicht over de bergen reikt kilometers ver. Het is stil, er worden geen souvenirs verkocht en ook hoef je niet te dringen om een foto. Kortom: een waanzinnige plek om zo lang mogelijk door te brengen. Choquequirao betekent in Quechua (de Inca-taal) ‘wieg van goud’. Ook wordt er gezegd dat toen de Spanjaarden in de 16e eeuw Peru binnendrongen, de Inca’s hun stad Machu Picchu achterlieten om zich hier te vestigen, beter verstopt en verder van de wereld. Dat is aan de wandeling wel te merken.

Incas tekeningen Choquequirao

Choquequirao en meer

Vanaf Choquequirao is het mogelijk om door de wandelen naar Machu Picchu, wat nog zo’n drie dagen duurt en er mooi schijnt te zijn. Hoe dan ook lopen de meeste mensen terug naar Cachora. Totaal is de hike 45 kilometer, met heel weinig vlakke grond.

Stukje bij beetje wordt Choquequirao toegankelijker voor de buitenwereld. Wat het nog allemaal verborgen houdt is voor nu nog een vraag, maar een ding is zeker: het is absoluut de moeite waard om zo snel mogelijk erheen te gaan.

Check ook onze andere inspirerende blogs over Peru!