De Kahjoo-brug over de Zayandeh rivier in Isfahan gloeit geel op in de vroege ochtendzon. In een nisje bladert een mullah door een lijvig boek, ongetwijfeld de Koran. ‘Salaam’, groet ik opgewekt. Maar de geestelijke kijkt niet op of om. Verderop, in een ander nisje, giechelen drie jonge vrouwen met de hijabs strak over het hoofd getrokken om iets wat alleen zij begrijpen. Groeten doe ik maar niet.

De volmaaktheid van Isfahan

Ik kijk uit over de droge bedding van de Zayandeh die ooit trots door de stad stroomde. In 2010 hield ze daar door droogte en planologische fout op fout mee op en sindsdien waait er stof op, waar ooit vissen zwommen.

reizen

Alle remmen los

Het zebrapad moet mij een veilige overgang garanderen naar het centrum van Isfahan. Een onafgebroken stroom blik raast voorbij. Voorzichtig tast ik met de punt van mijn schoen het asfalt af, als iemand die met zijn teen de temperatuur van de zee meet. Een zebrapad biedt geen garantie in Iran. Sterker, ik heb het gevoel dat automobilisten een extra streepje gas geven als ze ergens een voetganger zien. Waarom dat ze dat doen, blijft een raadsel. Iraniërs zijn ontwikkelde en zeer beleefde mensen. Behalve in het verkeer. Dan gaan alle remmen los.

Twee agenten zien me twijfelen en spreken me aan. Waar ik vandaan kom. Holandia. De kleinste van de twee lijkt met zijn buikje, volle baard en Rayban op een filmster, maar een naam schiet me niet zo snel te binnen. Hij wil samen met zijn collega met mij op de foto. Daarna legt hij met een armgebaar het verkeer stil en kan ik veilig oversteken. En zo kuier ik het centrum van Isfahan in.

religie

Tuinman en de dood

Toen ik als middelbare scholier het gedicht De tuinman en de dood van P. van Eyck las, besloot ik dat ik ooit naar Isfahan zou gaan. Het feit dat ik hier nu loop, betekent dat ik trouw ben gebleven aan de wens van die jonge scholier. Op een of andere manier ben ik zeer content met mezelf. In de zevende eeuw lag Isfahan op de zijderoute. De stad stond bekend om zijn fijne zijde. In de straat waarin ik loop is de ene na de andere tapijtwinkel.

Bij één stap ik naar binnen. Mijn oog valt op een prachtig exemplaar van drie bij vier aan de muur met de mooiste kleuren en motieven. De zijde voelt zo zacht als de huid van mijn pasgeboren zonen. Aarzelend informeer ik naar de prijs. ’20.000 euro’, antwoord de verkoper met een stalen gezicht. Hij legt uit dat aan het tapijt van mijn keuze zes jaar lang door verschillende mensen is gewerkt. Een koopje dus. Met een ik-zal-er-nog-een-nachtje-over-slapen verlaat ik zijn winkel en vervolg mijn wandeling door een van de oudste steden ter wereld.

Isfahan

Meidan Emam

Zonder plattegrond op zak laat ik me leiden door wat Isfahan heeft te bieden. Moskeeën, Armeense kerken, musea, restaurants, braderieën, bazaars, mensen. Vooral die laatsten intrigeren. Musea vertellen het verhaal van toen, mensen het verhaal van nu. Drie weken geleden reisde ik op de bonnefooi en zonder me ingelezen te hebben af naar Iran. Het beeld was een beetje dat ik op elke straathoek wel iemand tegen zou komen die met vuur in zijn ogen allahu akbar zou krijsen. Ik schaam me nu dat ik in mijn onwetendheid ook maar één minuutje zo heb gedacht. Al aan de oogopslag is te zien dat met Iraniërs niets mis is. In tegendeel, het zijn de vriendelijkste mensen op aarde.

Dan sta ik ineens op Meidan Emam, het centrale plein van Isfahan. Het plein met zijn bazaar is een wereld op zich. Aan de westzijde is de Masjid-i-Sjah moskee die iets wegheeft van een exotisch ruimteschip. Aan de zuidkant is de Masjid-i-Sjeik-Lutfullah, de moskee met de beroemde blauwe koepel, lees ik in een haastig aangeschaft informatieboekje. In 1603 werden de eerste stenen gelegd, zestien jaar later was de moskee klaar. Binnen dringen de buitengeluiden niet door. De kleuren zijn in combinatie met het zonlicht dat via verschillende openingen naar binnen schijnt overweldigend. Een uur lang kijk in met open mond in de rondte en bedenk dat religie mooie gebouwen kan voortbrengen.

Iran

Ali Baba

Maar buiten speelt het echte leven af. Rode koetsen met toeristen komen voorbij. Blije gezichten vanonder de huif, hier en daar een ballon. Alle bankjes zijn bezet met families, geliefden, studenten. Uren dwaal ik over het plein en in de bazaars. Ik waan me in de wereld van de vertellingen van Duizend-en-een-nacht. Nog even en ik kom Ali Baba himself tegen. Ik besluit de dag met het bezoek aan het Ali Qapu-paleis, met zijn enorme balkon, een soort van vip-lounge voor de sjah’s als er op het plein polo werd gespeeld. Het is nog een hele toer om er bovenin te komen. Zwetend en hijgend leun ik samen met tig andere amechtige toeristen tegen de reling en kijk uit over het plein. Ik zie een op het oog volmaakte wereld.

Lees hier alle reisverhalen van motorreiziger Paul van Hooff.

Klik hier voor meer artikelen over Iran!