De vorige keer dat jullie iets van mij hoorden kwam ik net terug van een lekker etentje wat uitdraaide op een fiasco! Alleen en hondsberoerd heb ik vier dagen in de douche/wc doorgebracht in de Kung Fu academy. Ik viel 7 kilo af en je kon bijna door mijn huid heenkijken. Wat voelde ik me beroerd. Gelukkig nam Amy (de vertaalster van de Kung Fu academy) me na vier dagen mee naar de dokter. Nou ja, de dokter? Deze man was automonteur annex dokter. Toen we bij zijn “praktijk” aankwamen was hij aan een auto aan het sleutelen en toen hij Amy en mij zag waste hij snel zijn handen en deed een lange witte jas aan. Je begrijpt de man had gelijk mijn vertrouwen. Na wat heen en weer geklets in het Chinees waarbij ik mijn klachten beschreef aan Amy en zij weer aan de automonteur-dokter, werd ik bekeken, moest mijn tong uitsteken, en kreeg ik een cocktail van traditioneel Chinese medicijnen en een soort paracetamol (gok ik) mee. Ik kon niet heel veel inbrengen tegen het oordeel van mijn Chinese automonteur-dokter en knikte gezapig toen hij me beterschap wenste en ik drie euro afrekende voor het pakket medicijnen.

We are all pilgrims in this life, looking for that one thing that makes us feel special

Amy legt me uit dat ik medicijn A in mijn thee moet gooien tegen de misselijkheid. Medicijn B zijn een soort korrels, daarvan moet ik er 3 keer op een dag 10 van innemen tegen mijn op hol geslagen darmen. Medicijn C zijn grote witte tabletten waar ik weer energie van zou krijgen. Medicijn A werkt uitstekend en smaakt naar kaneel, awesome! Medicijn B, echter, daar ben ik niet zo enthousiast over. Na de eerste tien korrels gebeurt er weinig en voel ik me door de medicinale thee best oke, na de tweede lading korrels gebeurt er iets wat volgens mij niet de bedoeling kan zijn als je iets slikt wat je beter moet maken. Mijn buik begint letterlijk te bewegen. Ik lig op bed en kijk angstig naar het gebied rond mijn navel. Nou het lijkt wel alsof er een leger kabouters aan het protesteren is! Mijn buik gaat op en neer en gromt als een woeste leeuw. Ik zal je de verdere details besparen maar ik ben volgens mij geimplodeerd die avond! ’s Ochtends komt een van mijn medestudenten bij me kijken, Yam een Braziliaanse acupuncturist. Als ik hem laat zien wat ik heb gekregen en hoeveel korrels ik per dag moet nemen kijkt hij me aan alsof ik helemaal gek ben. “Odet, you are supposed to take three of these a day, not thirty!” Oeps, dat verklaart letterlijk een hoop. Hij vertelt me dat dit een soort darmspoel pillen zijn, en ik kan dit alleen maar beamen door suf te knikken. Ik krijg een acupunctuur behandeling van hem en hij steekt een soort grote kaars/sigaar aan (een Chinees tradtionele moksa) waarmee hij rondjes boven mijn buik draait. Het verlicht mijn klachten aanzienlijk en die avond slaap ik eindelijk een beetje goed. Of dat komt doordat ik volledig ben doorgespoeld of door zijn behandeling weet ik helaas niet maar blij ben ik er wel mee.

Wudang Kung Fu klas

Kung Fu klas

Stretch, train, run, punch, kick, learn, repeat…

Na mijn ziektebed kan ik eindelijk weer een beetje hardlopen en meetrainen met de groep. We rennen nu ook regelmatig gezamenlijk naar de tempelruines die ongeveer twee kilometer klimmen van de Kung Fu academy af liggen. We klimmen en ploeteren en eindigen bij een heel klein dorpje, nou ja er staan een paar huisjes en er ligt ook een Kung Fu school! Het ziet er idyllisch uit. Ik had mijn camera mee moeten nemen maar goed. We gaan verder en komen aan bij de tempelruines (vernietigd tijdens de culturele revolutie maar je ziet de contouren en delen van de tempel staan er nog!). Je kunt zelfs de “Golden Summit” zien vanaf hier! Best wel mooi en magisch dat Chinese landschap realiseer ik me weer even. We doen onze Tai Chi 13 in de tempel en na de training lopen we rustig terug naar de Kung Fu academy.

Het voelt goed om weer met alle studenten samen dingen te ondernemen (alhoewel ik nog wel erg zwak ben). Ik leer nu in een sneltreinvaart heel veel over Tai Chi en Kung Fu. Samen met mijn kamergenootje leren we de vorm met de “Fu Chen” een traditioneel Chinees wapen gemaakt van paardenhaar aan een stok. Daoisten gebruikten dit wapen als ze veel moesten reizen omdat het gemakkelijk te dragen was. Er is zelfs een gezegde: “A person who holds a Fu Chen is not an ordinary person”, daar kan ik me natuurlijk wel in vinden. Daarnaast train ik met Sibelle (een Braziliaanse) de Tai Chi 13. Een heel erg rustgevende routine maar die toegepast wordt om je vijand binnen een nano-seconde uit te schakelen. Coach Chang doet dit even voor met mij als proefpersoon, slik! Het resultaat? Ik lig binnen no-time als een pretzel op de grond. Elke keer als ik hem moet aanvallen weet hij vliegensvlug mijn aanval om te draaien zodat ik zonder dat ik het doorheb weer met mijn neus in het zand lig. Dat moet een mooi gezicht zijn geweest voor mijn medestudenten. Aan het einde van de training kijk ik om me heen. De zon gaat al een beetje onder en ik zie al deze Kung Fu lovers trainen. Ik krijg een heel speciaal gevoel over me heen. Er wordt hier een stukje geschiedenis in leven gehouden en dat is best bijzonder.

Wudang compilatie 01

Compilatie van Wudang

Het is hier nu echt volop zomer en temperaturen van 40 graden met 95% luchtvochtigheid zijn niet ongewoon. De trainingen zijn daarom vervroegd waardoor je ’s middags een siesta kunt houden of gewoon lekker kan mediteren. Sinds kort doe ik staande meditaties en daar voel ik me heel goed bij. Zittend vind ik het vaak nog lastig om me te ontspannen maar staand gaat echt heel goed. Hoe werkt een staande meditatie in het kort. Nou je staat (uiteraard), je voeten recht onder je schouders, ligt gebogen knieen en je houdt een denkbeeldige bak met water vast voor je (zie foto). Je ogen houd je altijd een beetje open want het licht moet je altijd binnen laten vinden de Chinezen. Je concentreert je op je ademhaling en visualiseert dat je lucht die je inademt van goud is en zich verspreidt door je lichaam en zich verzamelt achter je navel. Dit is je dantian, je balanspunt in je lichaam. Door deze meditatie merk ik dat ik heel makkelijk mijn gedachten even op stop kan zetten zonder dat ik het een opgave vind om me te ontspannen. Na een minuut of twintig, of wanneer jij er genoeg van hebt, laat je rustig je armen zakken en voel je je zo licht als een veertje. Iedereen zou dit moeten proberen in Nederland vertel ik later die avond aan mijn ouders via een e-mail.

Let’s bee me up scotty!

Een van de prettigste dingen aan de Kung Fu academy is het feit dat de achtertuin de heilige Wudang Mountains zijn. Ik heb sinds mijn nachtelijke avontuur een heuze bezoekerspas gekocht waarmee ik onbeperkt de bergen in kan. Deze kostte 25 euro en is een jaar geldig. Ik ben met mijn mede studenten vaak de bergen in gegaan en elke keer ontdek je weer een nieuw stuk. Een absoluut hoogtepunt is de klim van 2000 traptreden naar de Golden Summit. Samen met Sibelle de Braziliaanse dame trotseren wij deze route met een lekkere 25 graden op onze bol. De klim is heel heftig. Als we aankomen bij het laatste stuk zijn de traptreden zo vreselijk verzakt dat je jezelf met behulp van kettingen naar boven kunt hijzen. Intens maar de natuur en architectuur zijn zo spectaculair! Alles staat in bloei en de bomen zijn gigantisch. Onderweg kom je tempel na tempel tegen en kun je je inbeelden dat honderden jaren geleden hier Daoisten liepen, op hun pelgrimstocht. Het is echt magisch. Vlak voordat je bij de Golden Summit aankomt loop je door de Forbidden City. Het voelt alsof je hier in een andere tijd bent beland. Aangekomen bij de Golden Summit na de laatste klim aanschouwen we een prachtig uitzicht van de Wudang Mountains. Op de Golden Summit staat een tempel, the golden hall, compleet van brons gedecoreerd met kraanvogels waarin een standbeeld van Zhenwu staat (die belangrijke Daoistische monnik). Chinesen lopen om de tempel heen en raken de spijlen aan. Wow, ik sta eindelijk op “the rooftop of the world”. De weg naar beneden nemen we de kabelbaan, het klimmen heeft ons bijna de hele dag gekost en de laatste bus terug naar de Kung Fu academy vertrekt al snel.

Wudang uitzicht

Prachtig uitzicht vanaf het klooster

According to the legend, after the first Ming (1368-1644) emperor Zhu Yuanzhang fought with the then-ruling Yuan (1271-1368) army and failed, he escaped to a small hut at the foot of Wudang Mountain and met with Emperor Zhenwu, the Taoist god of Wudang Mountain, who had transformed himself into an old Taoist. Zhu begged the Taoist to save his life. The Taoist said, “If I save you, the pursuing army will burn down my hut. Where can I live?” Zhu replied, “If you save me and your hut is burned, I’ll repay you with a golden palace in the future. The Taoist agreed and made Zhu invisible by others using his magic power. The Yuan army didn’t find Zhu and burned down the hut. Zhu saw the hut burn, but he didn’t see the old Taoist t. He suddenly realized that the Taoist must be Emperor Zhenwu. After taking the throne, Zhu forgot his promise about the golden palace. When he was old, Zhu dreamed that God Zhenwu came to him for the hut to remind him of his promis. Zhu asked his ministers and his descendants to build the Golden Palace for God Zhenwu. Zhu died before the palace could be built. Years later, Zhu Di, the fourth son of Zhu Yuanzhang, ascended the throne and built the Golden Palace.

Welke andere super mooie spots zijn er verder in de Wudang Mountains? De eerste stop die ik zou adviseren is “Prince Slope” (zie foto). Daarna kun je doorgaan naar Nanyan (lekkere dumplingsoep!) en de “Hanging Temple”. Volgens de legende is het hier dat Zhang Sanfeng hier de basisprincipes van Wudang Tai Chi heeft ontvangen door jarenlang te mediteren. Erg spectaculair om deze tempel te bezoeken, hij hangt namelijk letterlijk half in de lucht. Een bezoek aan het Purple Cloud klooster waar veel Chinese monikken Daoistische teksten bestuderen heeft ook veel indruk op mij gemaakt. Je kunt er voor een paar euro lunchen met de monikken die zo ecologisch verantwoord mogelijk leven. Zij zijn vegatarisch en verbouwen alles zelf. En het eten, heerlijk! Omdat ik samen met een medestudent ben die daar een Daoistische monnik goed kent gaan we thee drinken in zijn kamer. Hier speelt hij de Chinese fluit voor ons, een tafereel wat ik me nog lang zal herinneren.

Een beetje speciale aandacht wil ik wijden aan mijn ontmoeting met de “Bee Monk”. Samen met Thomas, Sibelle en John ben ik bij hem op bezoek geweest. De bee monk woont ik een grot vlakbij Nanyan. Je klimt een korte trap op en dan kom je aan bij zijn “huisje”. Ik zie een oud krom mannetje zonder tanden op een krukje aan zijn calligrafie werken. Ik heb geen foto’s van zijn huisje gemaakt want dat voelde onbeleefd maar ik zal het beschrijven. Stel je voor: een grot in een mega berg met een klein stukje voor de grot waar een tafeltje staat en wat kussens liggen. Dat was het ongeveer. Hij had nog wel een bed en een soort zelfgemaakte vuurkorf in de grot staan, maar dat was het. Owja, en zijn bijen. Hij had een hele grote kast vol met honingbijen waar hij voor zorgt.Thomas spreekt een beetje Chinees en vertaalt onze vragen. We zitten in de warme zon en delen fruit en crackers met elkaar. Als we uiteindelijk weg gaan willen we een donatie doen om zijn manier van leven te supporten maar hij wil niks aannemen. Hij zegt tegen Thomas: dat het beste kado wat hij kan krijgen een stukje van ons hart is en dat hij dat van hem ook aan ons zal toewijden. Hij geeft ons allemaal een ketting met een Daoistische wijsheid. We willen het niet aannemen maar hij staat er op. Een bizarre ontmoeting, iets wat ik nooit meer zal vergeten.

Wudang monniken

Ceremonie in de tempel

Time to go home…

Het is bizar om te realiseren dat mijn laatste week hier is ingegaan! Er is zoveel gebeurd, ik heb zo vreselijk veel geleerd maar ook zoveel nog niet verteld in deze blogs. De urenlange gesprekken met mijn kamergenootje, etentjes in de stad, films kijken op mijn mini laptop, sparren tegen Yam, de bergen ontdekken met Alex, de puppy’s verzorgen van de Kung Fu academy, baby pee in de bus over je schoen en nog meer gekkigheid. Ik kwam naar de Kung Fu academy met nul kennis over Kung Fu of Daoisme en ik ga er weg als een ander mens. Het is lastig om dit allemaal uit te leggen in een blog maar door de indrukwekkende natuur, de geschiedenis, de mensen, Kung Fu, de Academy, het eten, de levensfilosofie, het trainen, mediteren en “op jezelf zijn” ga je helemaal door de mangel. Je leert weer opnieuw naar jezelf kijken, wie je bent, want je kunt en wat je wilt. Je stelt jezelf constant geestelijk en fysiek op de proef waardoor je je realiseert dat je meer kunt dan je je kunt voorstellen en dat verandert een mens op een positieve manier. Soms gebeurt dat heel plotseling, als je bovenop een berg staat en ineens een gigantische huilbui krijgt over iets wat je is overkomen of bepaalde keuzes die je hebt gemaakt. Soms heb je niet eens door dat je verandert maar zegt iemand dat je toch wel veel meer lacht sinds de eerste dagen dat ze je leerde kennen. Een ding is zeker, ik kan deze ervaring iedereen aanraden. Sterker nog, iedereen die in de ratrace van zijn westerse leventje zit zou dit moeten proberen. Je komt terug met nieuwe inzichten over wie je bent en wat jouw Dao (levensweg) is. Ik heb veel gereisd in mijn leven, ben door heel zuid-oost Azie gegaan en Australie, maar ik kan nog niks vergelijken met deze ervaring. Het is een verrijking van mijn leven geweest van ongekende waarde.

Wudang compilatie 02

Compilatie Wudang

Om dan maar heel cliche af te sluiten met een “Chinese wijsheid”: “Knowing others is intelligence, to know oneself is enlightment”.

Bekijk ook Odette’s vlog over Wudang

Over de gastblogger:

OdetteOdette heeft in 2013 drie maanden in een Kung Fu klooster gezeten in Wudang, China en heeft tijdens die periode elke dag een dagboek bijgehouden. Odette wilde haar ervaringen graag delen met andere reislustigen en schreef een prachtig drieluik over sneeuwstormen in februari, geen stroom, slapen op een houten bed, geen verwarming, tot 40 graden in mei, hond op je bord, te voet naar het hoogste en heiligste punt van Wudang klimmen, voedselvergiftigingen, meditatie, tai chi, zwaardvechten, eenzaamheid en verlichting.