De Nederlands/Iraanse Hassan en ik zijn in een hosseyniye, een gebeds- en ontmoetingscentrum voor shiieten, down town Teheran. De grond is bedekt met centimeters dikke Perzische tapijten. De schoenen gaan uit en worden opgeborgen in speciale kluisjes. Gewijde grond betreed je niet met vuile poten. Het is daags voor het islamitische nieuwe jaar. Hassan kletst wat met vrienden uit de buurt. Het ene na het andere dampende kopje thee komt voorbij. Thee drinken ze in deze contreien de hele dag door. Na een half uurtje staat Hassan op, schudt hier en daar wat handen en zegt dan: ‘Kom, we gaan wodka drinken.’

Over Iraanse feestjes en gastvrijheid

Een maandje geleden stak ik met mijn Moto Guzzi V7 vanuit Armenië de Iraanse grens over. Ik reis van Amsterdam naar Tokio. Op het laatste moment besloot ik naar Iran te gaan. Mijn beeld over het land was eenzijdig. Ik kende Iran uit de krant, zoals iedereen. Ik las over een kernprogramma, sancties, een vervolgde oppositie en een tot de laatste druppel drooggelegd land. Veel zal ongetwijfeld waar zijn, maar de veronderstelling dat in de islamitische staat geen alcohol wordt gedronken is de misvatting van de eeuw. Ik ben nu een maandje verder en ben al twee keer scheel van de hoofdpijn wakker geworden. Oorzaak: wodka. Het drankje is niet aan te slepen en vooral populair onder de welgestelden. En wie het niet kan betalen, maakt het zelf van druiven.

Iraanse

Tachtig zweepslagen

Op weg naar Isfahan werd ik voorbij een tolpoort aangehouden door een statige Iraanse man. Hij nodigde me thuis uit. Ik zat nog maar koud op zijn ruime sofa of de eerste Corona werd voor me neergezet. Daarna had ik de keuze uit Jack Daniels, wodka, absint of zelf gemaakte wijn. Ik koos voor Jack. ‘Alles is in Iran te krijgen,’ zei mijn gastheer, terwijl ik het ijs in mijn glas liet ronddraaien. ‘Als je maar genoeg geld hebt.’ Corona was zijn favoriete biertje, maar een Heineken ging er ook in. ‘Corona moet ik bestellen. Dat kan een paar dagen duren. Heineken heb ik een paar uur op tafel staan.’ Ik informeerde naar de prijs. Een Coronaatje gaat drie keer over de kop, dat geldt ook voor een Heineken.

Na de islamitische revolutie in 1979 is alcohol hudud, oftewel een misdaad tegen God. De straffen op het gebruik zijn niet misselijk. Tachtig zweepslagen per overtreding. Mijn gastheer haalde zijn schouders op. ’Och, die zweepslagen kun je afkopen,’ zei hij. ‘Drie dollar per zweepslag.’

Iran

Het niet populaire alcoholvrij bier en de populaire zelfgemaakte wodka

Feestjes genoeg in Iran

Iraniërs zijn stevige drinkers. Van de landen in het Midden-Oosten laat het alleen Libanon en Turkije, waar alcohol wel legitiem is, achter zich. De autoriteiten erkennen dat er zo’n tweehonderdduizend alcoholisten in het land zijn die hun heil vinden in zo’n honderdvijftig AA-centra. Miljoenen liters worden via Irak en Turkmenistan het land binnen gesmokkeld. Feesten doe je in de islamitische republiek niet in discotheken of bars, maar thuis achter gesloten deuren. Feestjes zijn er genoeg in Iran, vooral nu het nieuwe jaar voor de deur staat.

Inmiddels ben ik weer terug in Teheran. Bij Iran bikers, een motorzaakje in de buurt van de hosseyniy, die gerund wordt door Mohammad, laat ik mijn motor nakijken. Het is negen ’s avonds. Mohammad sluit de zaak. We zitten in de etalage aan een tafeltje vol in het licht. Een overgebleven klant haalt een fles zelfgemaakte wodka tevoorschijn en schenkt in. Verbaasd vraag ik me af of we geen risico lopen. Mohammad maakt een wegwerpgebaar. ‘We doen in Iran wat we willen. Schenk nog eens bij?’